Verdieping MGB

Waarom houding en gedrag het derde interventieniveau vormen

Artikel #2-10 Organisaties proberen veranderingen vaak te realiseren door doelen aan te scherpen, processen opnieuw in te richten of mensen nieuwe vaardigheden te leren. Maar wat gebeurt er wanneer het probleem niet zit in wat mensen kunnen, maar in hoe zij zich daadwerkelijk gedragen wanneer het spannend wordt?

Bij verandering kijken we graag naar wat zichtbaar en organiseerbaar is.

We formuleren een nieuw resultaat. We veranderen processen. We introduceren systemen. We trainen medewerkers en maken nieuwe afspraken.

Allemaal noodzakelijk.

En toch blijkt regelmatig dat een verandering na verloop van tijd weer terugzakt.

Binnen de Methode GoldenBox kijken we daarom naar drie interventieniveaus:

1. Resultaat

Wat willen we bereiken?

2. Vaardigheden en competenties (ook processen)

Wat moeten mensen kennen en kunnen om dat resultaat te bereiken?

3. Houding en gedrag (ook de cultuur)

Wat gebeurt er daadwerkelijk tussen mensen wanneer zij samenwerken en de spanning toeneemt?

In het oorspronkelijke GoldenBox-model vormt houding en gedrag bewust de onderste laag. Het uitgangspunt is dat een breder intrinsiek draagvlak op dit niveau de resultaten erboven stabieler kan maken en de behoefte aan externe controle kan verminderen.

Dat maakt niveau drie interessant.

Want een medewerker kan precies weten wat van hem wordt verwacht en beschikken over alle benodigde vaardigheden en onder druk toch ander gedrag laten zien.

Een leidinggevende kan overtuigd zijn van het belang van eigenaarschap en tegelijkertijd iedere belangrijke beslissing zelf nemen.

Een team kan afspraken maken over open communicatie en een week later een lastig onderwerp vermijden.

Het probleem is dan niet noodzakelijk gebrek aan kennis.

Er gebeurt iets in houding en gedrag.

GoldenBox begint daarom niet met de veronderstelling dat iedere verandering een gedragsinterventie nodig heeft. Integendeel: resultaat, proces en gedrag dienen in samenhang worden bekeken. Pas daarna kun het team bewust bepalen op welk niveau een interventie nodig is.

En wanneer het derde niveau relevant blijkt, begint het met bewustwording.

Wat gebeurt hier eigenlijk?

Wat doe ik wanneer de spanning stijgt?

Wat doen wij als team?

En helpt dat gedrag ons nog bij het resultaat dat we willen bereiken?

Daarmee verschuift veranderen van alleen organiseren naar ook waarnemen.

Niet nóg een procedure toevoegen.

Maar zichtbaar maken wat er tussen mensen gebeurt.

Want processen kun je ontwerpen.

Systemen kun je invoeren.

Vaardigheden kun je trainen.

Maar duurzame verandering vraagt soms iets fundamentelers:

dat mensen zich bewust worden van hun eigen aandeel in wat er iedere dag opnieuw ontstaat.

Dat is het derde interventieniveau.

– CCCM | Methode GoldenBox

Back to top button